5 fouten bij verzuim en wat dat kan betekenen voor jou als werkgever
5 fouten bij verzuim en wat dat kan betekenen voor jou als werkgever
Als een werknemer ziek is, heb je als werkgever bepaalde verplichtingen. Je moet helpen om je werknemer weer aan het werk te krijgen. Dat staat in de Wet verbetering poortwachter. Doe je dit niet goed? Dan kan het UWV een loonsanctie opleggen. Je moet dan het loon van je zieke werknemer tot maximaal één jaar extra doorbetalen. Dat wil je natuurlijk voorkomen. In dit artikel lees je 5 veelgemaakte fouten bij ziekteverzuim. En wat je kunt doen om die fouten te voorkomen.
1. Te laat starten met hulp
Sommige werkgevers wachten eerst af als een werknemer ziek is. Maar juist in de eerste weken is hulp belangrijk. Al in week zes moet er een gesprek zijn met de bedrijfsarts. Samen maak je dan een plan. Wacht je te lang? Dan vindt het UWV dat je je plicht niet goed hebt gedaan.
2. Geen duidelijk plan van aanpak
Het plan van aanpak is een verplicht onderdeel van de verzuimbegeleiding. Daarin staat wat jij en je werknemer gaan doen om terugkeer naar werk mogelijk te maken. Let op: het plan moet duidelijk, concreet én actueel zijn. Stel je werknemer kan eerst halve dagen werken of ander werk doen? Dan pas je het plan aan. Een vaag plan of een plan dat nooit verandert, ziet het UWV als een gemiste kans. Daardoor lijkt het alsof je onvoldoende hebt geholpen.
3. Afspraken niet opschrijven
Je kunt veel doen voor je zieke werknemer, maar als je niets opschrijft, kun je dat niet bewijzen. En dat is wél nodig. Het UWV vraagt jouw verzuimdossier op om te beoordelen of je genoeg hebt gedaan. Daarom is het belangrijk om alles vast te leggen: gesprekken, plannen, voortgang, wijzigingen, en afspraken. Zo laat je zien dat je actief bezig bent met re-integratie. Een compleet en goed bijgehouden dossier helpt je ook om overzicht te houden.
4. Geen passend werk aanbieden
Soms kan een werknemer (tijdelijk) zijn gewone werk niet doen. Dan moet je kijken naar passend werk: taken of functies die wél mogelijk zijn. Dat kan iets binnen je eigen bedrijf zijn, zoals lichter werk of een aangepaste functie. Het is jouw taak om daar actief naar te zoeken. Wacht je hier te lang mee, of onderneem je geen actie? Dan loop je het risico dat het UWV je dat aanrekent. Ze zien het dan als onvoldoende inzet voor re-integratie.
5. Geen hulp vragen
Je hoeft het verzuimproces niet alleen te begeleiden. In tegendeel: je mag en moet soms hulp vragen. Denk aan een arbodienst, een bedrijfsarts of een casemanager. Zij weten precies wat er moet gebeuren en houden de regels in de gaten. Veel fouten ontstaan doordat werkgevers alles zelf willen doen of pas laat hulp inschakelen. Tip: werk samen met professionals die je tijdig en goed begeleiden. Dat scheelt stress én voorkomt fouten.
Toch een fout gemaakt?
Soms doe je je best, maar vindt het UWV dat je toch te weinig hebt gedaan. Dan kun je een loonsanctie krijgen. Dat betekent: je moet het loon van je zieke werknemer nog een bepaalde periode extra doorbetalen, met een maximum van één jaar. Hoe lang precies, bepaalt het UWV.
Dat is vervelend. Gelukkig kun je je hiertegen beschermen. Bijvoorbeeld met de Bovemij Verzuim Ontzorgverzekering. Die verzekering bevat een Poortwachtergarantie. Dat betekent:
- Je krijgt hulp bij verzuim.
- Krijg je tóch een loonsanctie van het UWV? Dan betaalt de verzekering die extra loonkosten voor je. Je moet als werkgever wél de adviezen en voorschriften van de Arbodienst of bedrijfsarts opvolgen. Doe je dat niet, dan geldt de dekking niet.
Fouten maken is menselijk
Iedereen maakt wel eens een fout. Ook bij verzuimbegeleiding. Het is een ingewikkeld proces met veel regels. Maar met goede begeleiding én een slimme verzekering kun je veel problemen voorkomen.